• Ted Walker
  • Ted Walker
  • Ted Walker
  • Ted Walker
  • Ted Walker

'Ik heb er nooit spijt van gehad'

EDE ‘Een probleem is pas een probleem als je er een probleem van maakt en kleine zaken moet je klein houden.’ Dat zijn gevleugelde uitspraken van de inmiddels ex-wijkagent van Ede Zuid. Jan van den Berg nam dinsdag officieel afscheid van de politie na 42 jaar dienstverband.

Ted Walker

Hij was 16 jaar toen hij solliciteerde bij de politie en werd afgewezen. Een flinke domper, aangezien hij op zijn 14e al wist dat hij bij de politie wilde werken. Iets doen voor de maatschappij was zijn drive. En het leek hem interessant en spannend werk. ,,Ik zat met mijn handen in het haar wat ik toen nog had. Of dat lang haar was? Ja, ook nog’’, reageert hij lachend. ,,Toen moest ik dus wat anders bedenken en heb ik drie jaar MEAO gedaan: Middelbaar economisch administratief onderwijs. Daarna solliciteerde ik weer bij de politie en werd ik wel aangenomen.’’

OPLEIDING De opleiding van een jaar volgde Van den Berg in Lochem. ,,Dat was een prachtige tijd’’, vertelt hij terwijl zijn ogen verraden dat er op school niet alleen maar braaf geleerd werd. ,,Nee, dat klopt ook wel. De opleiding was een jaar en toen was de opleiding nog intern. Dat is ook de enige periode in mijn leven geweest dat ik buiten Ede heb gewoond. Je moest ook echt in Lochem ingeschreven staan.  

STIEKEM STAPPEN Het eerste half jaar van de opleiding was flink aanpoten. De studenten zaten volledig intern en bivakkeerden op een groepskamer. Binnen die kamer waren studiehokjes gemaakt zonder daglicht en daar zat Van den Berg hele dagen peentjes te zweten om zich de leerstof eigen te maken. In het tweede half jaar kwam de kwajongen in hem naar boven. ,,In die periode kregen we een eigen kamer. Dan klommen we ‘s avonds uit het raam en gingen we stappen in de omgeving met een aantal gasten.''

HOOP LOL ,,Of we wel eens betrapt zijn? Ja, dat is wel eens gebeurd ja. En toen? Naaa, jaaa dat viel nog wel mee hoor. We kregen de wind wel van voren en ze hingen de formele pief uit, maar ik vermoed dat de leiding goed wist wat er ieder jaar weer gebeurde. Ze hielden hun gezicht in de plooi maar konden er zelf vast ook wel om lachen. En wij wisten wat we gedaan hadden en hielden de rug even recht om daarna weer verder te gaan. Uiteindelijk hebben we dat jaar een hoop lol gehad, de verzorging was prima, al met al een tijd om niet meer te vergeten.’’

MENTOR Toen Van den Berg op zijn twintigste van school kwam, werd hij eerst drie maanden in een stagegroep geplaatst. Daarna werd hij een half jaar gekoppeld aan een mentor. ,,Toen was het nog zo dat je dan pas het vak echt in praktijk ging leren’’, zegt hij. ,,Nu zit het onderwijs heel ander in elkaar. De opleiding duurt langer en er zijn veel meer stageperiodes. Toen hadden we maar één stagedag tijdens de opleiding.’’

TROTS Na zijn beëdiging tot politieambtenaar voelde Van den Berg zich enorm trots. ,,Ik had bereikt wat ik wilde bereiken en daar was ik trots op. En ik kon nu gaan doen wat ik voor ogen had, ik kon wat gaan doen in en voor de maatschappij, want daarvoor ging ik bij de politie. Of dat beeld is uitgekomen? Niet helemaal. Er is ontzettend veel onrecht waar we niets aan kunnen doen. En ik verbaas me zo nu en dan nog steeds over de hoogte van straffen. Die vallen soms echt tegen. Je kunt bij de politie in de hoek van hulpverlening best wat doen, maar je moet het niet te groot willen zien. Als je bij de politie gaat omdat je de wereld wilt verbeteren, dan ga je jezelf tegen komen.’’

NAAKTE MAN Door de jaren heen heeft Van den Berg talloze gesprekken gevoerd, kleine brandjes geblust, grote zaken gedraaid en zelf ook veel hulp verleend. Een van de mooiste verhalen speelde in de beginjaren van zijn loopbaan. ,,We hadden nachtdienst’’, begint hij te vertellen met dezelfde pret in zijn ogen als het verhaal van de nachtelijke feestjes op de politieschool. ,,Op een gegeven moment gaat de telefoon. Ik neem op en een vrouw zegt; ‘ik weet niet wat er aan de hand is, maar mijn buurman roept: help, help, bel de politie.’ We zijn uiteraard meteen naar het betreffende adres gegaan. Aanbellen en bonken op de deur leverde geen resultaat op, er deed niemand over.''

,,We spraken af dat mijn maat voor bleef staan en dat ik achterom zou gaan. Daar aangekomen klom ik op het balkon, dat had ik geleerd in Lochem, en zie ik door het raam een vent tegen een bed aan staan. Ik riep: doe eens open’. Waarop het antwoord kwam: ‘dat gaat niet, maar de onderste ruit van de balkondeur is er uit, dus daar kun je door naar binnen. Dus ik naar binnen, staat die vent poedelnaakt tegen dat bed, met zijn polsen vastgebonden aan de achterkant van het ledikant. Wat bleek nou? Die man had een ex vriendin over de vloer gehad voor een gezellig onderonsje. Die vrouw had hem vastgebonden op bed. En na de dolle duikavond was ze weggegaan en had ze hem laten liggen. Hij kon met kunst en vliegwerk naast het bed komen, maar daar bleef het bij. Ja, dat soort dingen vergeet je natuurlijk nooit. Daar hebben we echt een hoop lol van gehad.’’

JOEKEL VAN EEN PISTOOL Het moment dat Van den Berg oog in oog stond met een man die een pistool op hem richtte is iets dat hij ook nooit zal vergeten. ,,Ik zat een inbreker achterna. Ineens draait die vent zich om, richt een joekel van een pistool op me en zegt; ‘als je dichterbij komt schiet ik’. Dat was in het donker. Ik dacht ‘who’, en zei tegen hem; ‘als je weg wilt, dan ga je maar’, terwijl ik steeds verder achteruit liep. Hij wilde dat ik mijn wapen op de grond zou gooien, maar dat heb ik niet gedaan. Toen mijn collega er aan kwam is hij gevlucht. Ik heb nog een waarschuwingsschot gelost en geroepen dat hij moest blijven staan, maar hij was in het donker al snel niet meer zichtbaar. Uiteindelijk is hij een paar maanden later door een arrestatieteam in Arnhem opgepakt.’’

TRANEN Op de dag van zijn officiële afscheid werden Van den Berg en zijn familie thuis met alle egards opgehaald. Motorrijders en collega's in een auto zorgden ervoor dat hij vlot door het verkeer geloodst werd. Aangekomen in de wijkpost aan de Van der Hagenstraat wachtte hem een verrassing. Wijkagent Jannie de Ruijter en haar collega's hadden de wijkpost gedoopt tot 'Jan van den Berg Wijkpost'. De reactie van de oud wijkagent sprak boekdelen toen hij een traan niet kon of wellicht wilde bedwingen. Aangekomen op het politiebureau stonden veel van zijn collega's op hem en zijn familie te wachten.

Op de vraag of Van den Berg, wetende wat hij nu weet, weer de keuze zou maken om bij de politie te gaan werken volgt een korte stilte. ,,Nou, wetende wat ik nu weet en dus de ontwikkelingen binnen de politie kennende, dan weet ik het niet. Maar ik heb er nooit spijt van gehad dat ik bij de politie ben gegaan. Helemaal nooit.’’