• Wethouder legt betonnen vloerplaat

    VVB-Voermans

Startsein bouw laatste fase Vredekwartier

09-11-2018, 11:25 | Lezersnieuws | Kelderman

‘Als ik zo rondkijk, dan zie ik veel bekende gezichten uit Ede die ‘promoveren’ naar dit gebied. Het is echt een feest van herkenning. De locatie is ook verleidelijk; zo dichtbij de natuur. Iedere keer als ik hier ben, vraag ik me af of ik zelf niet de keuze had moeten maken om hier een huis te kopen.’

Dat zei wethouder Peter de Pater tijdens de officiële start van de bouw van grondgebonden woningen van het plan Bos- en Heidekwartier op de plek van de voormalige Simon Stevin Kazerne. In het bijzijn van de toekomstige bewoners en ondersteund door een paar doffe knallen van een confettikanon legde de wethouder een betonnen vloerplaat.

Complimenten
Bos- en Heidekwartier is de laatste fase van het plan Vredekwartier dat in totaal bestaat uit honderd woningen. Aan de gunning van de woningbouw op deze locatie ging een intensieve selectieprocedure vooraf. Ontwikkelaar Kelderman Bouw zette in op kwaliteit, bijzondere architectuur en duurzaamheid en mocht drie aaneengesloten ‘vlekken’ invullen. Dankzij optimale isolatie, zonnepanelen en aansluiting op het warmtenet (dus gasloos), hebben de woningen een Energie Prestatie Coëfficiënt van nul. ‘Complimenten daarvoor’, aldus wethouder De Pater.

Geen opleverpunten
Voor de toekomstige bewoners was de officiële handeling een uitgelezen moment om kennis met te maken met aanstaande buren en de nieuwe woonomgeving. ‘Het is zo’n mooie plek. Echt een lot uit de loterij’, aldus een vader van een aanstaande bewoonster. Een andere bewoner verzuchtte dat hij nog liever gisteren dan vandaag de sleutel zou hebben. Aannemer Kelderman Bouw deed geen voorspelling over de opleverdata, maar directeur Kees Blotenburg beloofde wel zijn uiterste best te doen om de woningen op te leveren zonder ‘opleverpunten’. ‘Voor ons telt kwaliteit. Daar werken we met z’n allen heel hard aan. Wij willen dat onze opdrachtgevers zorgeloos hun nieuwe huis kunnen betrekken.’ aldus Blotenburg.