Schaatsen

Als klein jochie fietste ik bibberend van de kou vanuit Lunteren naar de natuurijsbanen van Vlastuin en Van Ginkel, respectievelijk richting Barneveld en Ederveen. Want ik zou en moest schaatsen! Eerst krabbelend op houtjes met ijzers, waarbij je de banden nooit strak genoeg om je schoenen kon binden.

Maar het schaatsen werd pas echt leuk tijdens lange schaatstochten met Noren op bevroren plassen in het westen van het land. Vriezen dat het kraakte, strakblauwe lucht, zonnetje erbij, wind in de rug en dan tussen rietkragen door klappen. Eén met de natuur en na tig kilometer totaal gesloopt aankomen bij de finish, smachtend naar warme chocomel of erwtensoep.

Fijn dat de ijsbaan van de vereniging in Ede deze week geopend werd, want het is een leuke sport. Een mooie plek om het te leren op natuurijs, ook al draai je de zelfde rondjes. Ik zag ook dat weilandjes onder water werden gezet.

Ondanks dat ik schaatsen dus een warm hart toedraag, krijg ik jeuk van de overdreven aandacht voor de Friese Elfstedentocht. Ook als hier in de verste verte nog geen kans toe is, krijgt dit historische fenomeen buitensporig veel publiciteit.

We zijn in zak en as dat de 'tocht der tochten' 22 jaar geleden voor het laatst werd verreden. De juist verschenen boektitel '8070 dagen wachten op de Elfstedentocht' spreekt boekdelen.

Mensen, vergeet het maar. Die schaatstocht zal er nooit meer komen. Het bruggetje van Bartlehiem kun je afbreken. De Elfstedentocht komt misschien weer in zicht als we er voor zorgen dat het ijs op de Noordpool niet meer smelt. En doen we dat niet? Wis en waarachtig, dan komen we van een koude kermis thuis!

Freek Wolff