• Mathilde van Ravensberg

Jagen over koningswegen

EDE Niets ligt meer onder vuur dan de jacht. Van half oktober tot ongeveer half februari is het meeste wild vogelvrij. In Ede wordt op zeer uitgebreide schaal gejaagd en ieder jaar wakkert de discussie weer aan. Sentiment of noodzaak? Ede Stad publiceert een aantal verhalen over de jacht. Voor- en tegenstanders komen aan het woord.

Mathilde van Ravensberg

De georganiseerde jacht op de Veluwe bestaat al sinds de middeleeuwen, het georganiseerde verzet daartegen is van recenter datum; Stichting Kritsch Faunabeheer werd opgericht in 1976. Een duik in de geschiedenis van voor- en tegenstanders.

 

Jagen is van oudsher een manier om aan voedsel te komen. In de tijd van de jagers en verzamelaars deed iedereen het; met bogen en speren. In de middeleeuwen, mede door de uitvinding van het vuurwapen, verwerd de jacht steeds meer een privilege van de rijken. Koning-stadhouder Willem III van Oranje (1650-1702) was een hartstochtelijk jager was. Willem III liet een netwerk van brede, goed onderhouden wegen aanleggen over de Veluwe die zijn jachthuizen met elkaar verbonden; de zogeheten koningswegen.

Eind 1600 denderde deze Oranjevorst met immense jachtstoeten over de Veluwe. Van jachthuis Het Loo naar Kasteel Doorwerth en van het Hof te Dieren naar jachthuis de Ginkel in Ede. Over grote afstand joeg de koninklijke jachtstoet het wild met paarden en honden op totdat het werd ingesloten en afgeschoten door de opperjagermeesters.

 

PRIVILEGE Jachthuis de Ginkel moet hebben gestaan langs de huidige Hessenweg, waar de koningsweg vanuit Dieren op aansloot maar is al lang verdwenen. Een klein deel van de oude koningsweg is nog te herkennen op de Carolinaberg in Dieren en op de Hoge Veluwe. De lange rechte bomenpaden achter de werkschuur van Natuurmonumenten op Oud-Reemst (Planken Wambuis Ede) zijn een mogelijk restant uit die tijd. De adel hield zich maar wat graag met de jacht bezig, zo blijkt ook uit de oorsprong van kasteel Hoekelum in Ede.

Aanvankelijk stond op het landgoed een eenvoudig jachthuis, dat door de hertog van Gelre in leen was gegeven aan jagermeester Randolf de Jeger. Omstreeks 1735 werd het kasteel door de nieuwe eigenaren in de huidige vorm opgetrokken. In die jaren werd er door de adellijke heren regelmatig gejaagd; een stenen jachtpaal op landgoed Hoekelum herinnert aan de 'Heerlijke Jachtrechten' van Frederik, Prins der Nederlanden (1797-1881), zoon van koning Willem I. Als redenen om tegenwoordig te mogen jagen worden verkeersveiligheid en gewasschade aangevoerd. Jacht is in beginsel een eigendomsrecht van de grondeigenaar. Die kan het jachtrecht verhuren of zelf uitoefenen.

En daar rest nog steeds een stukje privilege. Om te mogen jagen moeten jagers nog steeds jachtrechten kopen, die variëren van 2.500 euro per jaar in de gemeente Ede tot 15.000 euro per jaar op de Hoge Veluwe.

DRIJFJACHTEN Zo lang de jacht er is, zullen er tegenstanders zijn geweest. Echt organiseren deden deze zich pas in Stichting Kritisch Faunabeheer, opgericht in 1976 door Rita Stockmann. Een maatschappijkritische organisatie die ageerde tegen de directie Faunabeheer van het ministerie van Landbouw maar ook aan de kaak stelde dat fanatieke jagers lid waren van Vogelbescherming en Natuurmonumenten. De club dacht hoogstens tien jaar te bestaan omdat dan de meerderheid van de Nederlanders zich tegen de jacht gekeerd zou hebben.

Twintig jaar geleden veranderde de stichting haar naam in De Faunabescherming; een mildere naam maar niet minder strijdbaar. In een speciaal jubileumnummer van lijfblad Argus wordt teruggeblikt op wat er afgelopen jaren is gedaan. Tientallen jaren van vreedzame protesten bij onder meer paleis Het Loo, gericht tegen de drijfjachten op de Kroondomeinen.

Met succes want drijfjachten op wilde zwijnen zijn sinds 2002 wettelijk verboden. Dat is ook het jaar dat de Partij voor de Dieren is opgericht. Een politieke stroming met een belangrijk streven naar een dier- en milieuvriendelijk beleid. Harry Voss, raadslid van de Partij voor de Dieren in Apeldoorn, bekende al eens dat hij ver ging in zijn acties tegen de jacht. Zo zaagde hij jachthutten om die in zijn ogen illegaal waren. In later jaren was hij vooral een luis in de pels van gemeenten door voortdurend melding te maken van deze illegale jachthutten.

Memorabel is ook het verzet in 1991 tegen een grootse ontmoeting van jagers op kasteel Middachten. In een verslag in Argus blikken actievoerders vol smaak terug op die dag waarbij een bus met grote panelen werd behangen en alle jachtliefhebbers tegen de tekst 'Help de jagers naar de eeuwige jachtvelden' aankeken.

Van recenter datum (eind 2016) is de stille mars, georganiseerd door de Partij van de Dieren, in het Deelerwoud gericht tegen het afschieten van de damherten. De conclusie opgetekend in Argus is helder: 'We zijn er nog lang niet'.