´Skeleton is oprecht veel beter dan een achtbaan´

Een vraag die mij vaak gesteld wordt is; 'Hoe start je nu met skeleton?' Iedere Nederlandse atleet zal daar zijn eigen unieke antwoord op hebben. Want het is zeker niet de meest voor de hand liggende sport. In deze blog het verhaal over hoe ik vier jaar geleden ben begonnen met skeleton. En hoe ik mijn eerste afdaling heb ervaren.

Voordat ik begon met skeleton heb ik eerst een aantal jaren in de bobslee gezeten. Wellicht herinnert u zich nog de Ede Stad uit 2012 waar ik trots op de voorpagina stond met mijn bronzen medaille van de Jeugd Olympische Spelen? In mijn tijd bij de jeugd ging het bobsleeën erg goed. Ik kon goed sturen en dat zorgde voor veel goede resultaten. In het jaar na de Jeugd Olympische Spelen ging ik meedoen bij de senioren dames. Toen werd het lastig. Bij de jeugd was ik al niet de snelste op de start, maar bij de senioren werd het verschil nog groter. Fysiek was ik sterk, maar met mijn 1.66 meter en 65 kilogram bracht ik niet genoeg gewicht in de slee. Hierdoor moesten mijn remster en ik een zwaardere bobslee weg duwen, om ons lichte gewicht te compenseren. Het nadeel op de start was de reden dat ik in september 2013 besloot om skeleton uit te proberen.

EERSTE AFDALING Half oktober was het dan tijd om af te reizen naar het Noorse Lillehammer om mijn eerste afdaling te gaan maken. Als je begint stap je halverwege de baan in, de bovenste helft van de bochten sla je over, zodat je eerst rustig kan wennen aan het gevoel van sleeën. Rustig is relatief gezien, want je gaat nog steeds tussen de 70 en de 90 kilometer per uur. De eerste dag was ons geadviseerd om gewoon rustig te blijven liggen, dan zou het goed komen. Dan kom je gegarandeerd beneden zonder dat je de kans loopt om van je slee af te vallen. Dus ik stapte vol zelfvertrouwen de baan in. Makkie dacht ik, dat klinkt goed, dat doe ik wel even. Nou dat viel behoorlijk tegen. Ik kwam inderdaad op mijn slee beneden, maar wat ze waren vergeten te vertellen was dat ik zo ongeveer elk muurtje zou raken wat ik onderweg tegenkwam. Maar goed, ik was positief ingesteld, dus ik ging dapper nog een keer. Met hetzelfde resultaat. En vond ik het leuk? Nee, niet echt moet ik toegeven.

De volgende dag ging ik weer van halverwege en ik moet zeggen dat ik ongeveer tien keer zo zenuwachtig was als de dag ervoor. Want nu wist ik wel dat ik kantjes ging raken en dat je daar mooie blauwe plekken van kreeg als je maar hard genoeg tegen de wand ging. Dus ja, daar werd ik wel zenuwachtig van. Maar opgeven doe ik niet zo makkelijk. Ik ben dus met aardig wat blauwe plekken de week doorgekomen en aan het eind van de week ging het echt steeds beter. Ik ging nog steeds vanaf halverwege, maar raakte nog maar drie of vier keer de wand. En het ging steeds harder. Sterker nog ik begon het ook echt leuk te vinden, omdat ik eindelijk controle kreeg over de slee. In de tweede week was ik er dan eindelijk aan toe om van boven te gaan en toen was ik helemaal verkocht. Dat was zo'n gaaf gevoel, met meer dan 100 kilometer per uur met je neus nog geen tien centimeter boven het ijs door de bochten racen en dan ook nog zelf de controle hebben over welke kant je op gaat! Oprecht veel beter dan een achtbaan.

Inmiddels heeft deze eerste week vol zenuwen, blauwe plekken en plezier geleid tot nog veel meer zenuwen, blauwe plekken en plezier. Maar ik moet er wel bij zeggen; zo veel kantjes als ik heb geraakt in de eerste weken, raak ik nu misschien in een heel jaar. Dat kan natuurlijk ook niet anders, want ten slotte doe ik nu mee om kwalificatie voor de Olympische Winter Spelen en hoor ik tot de top van de wereld in mijn sport.

Topsporter Kimberley Bos (kimberleybos.nl) uit Ede gaat voor deelname aan de Olympische Winterspelen in 2018. Ze houdt voor Ede Stad.nl een blog bij over haar topsportleven.