Elie Wiesel

Er zijn er niet veel die zich zo onderscheiden dat zij met gezag kunnen spreken. Die met hun uitspraken dwingen tot nadenken of inspireren. Ik doel op mensen als Nelson Mandela, Martin Luther King of bijvoorbeeld de huidige Paus Franciscus.

Elie Wiesel is ook zo'n man. Samen met zijn Joodse ouders en zussen werd hij op 15-jarige leeftijd vanuit Hongarije naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Zijn moeder en jongste zus werden daar vermoord. Met zijn vader moest hij naar een nabij gelegen werkkamp. In januari 1945 werden zij gedwongen naar Buchenwald te marcheren, zo'n 700 kilometer. Zijn vader overleed daar. Na de oorlog werd hij als wees opgenomen in Frankrijk en studeerde af aan de Sorbonne Universiteit in Parijs. Begin jaren zestig werd hij Amerikaans staatsburger en raakte betrokken bij de totstandkoming van het Holocaustmuseum in Washington. In 1986 kreeg hij de Nobelprijs voor de Vrede.

Over zijn herinneringen aan de Holocaust schreef hij het wereldberoemde boek La Nuit. In zijn boeken en lezingen waarschuwt professor Wiesel voor het gevaar van onverschilligheid. Hij zei daarover in 1999 in het Witte Huis:

"Onverschilligheid tegenover lijden is in zekere zin wat van de mens een onmens maakt. Onverschilligheid is immers gevaarlijker dan woede en haat. Woede kan zelfs creatief zijn. Iemand schrijft dan een prachtig gedicht, een prachtige symfonie. Iemand doet iets bijzonders voor de mensheid uit woede over het onrecht waarvan men getuige is. Maar onverschilligheid is nooit creatief. Zelfs haat kan soms een reactie opwekken. U vecht ertegen. U klaagt het aan. U ontwapent het. Onverschilligheid wekt geen reactie op. Onverschilligheid is geen reactie. Onverschilligheid is geen begin maar een einde. Daarom is onverschilligheid altijd de vriend van de vijand. Het begunstigt de agressor, nooit het slachtoffer wiens pijn nog verergerd wordt als hij of zij zich vergeten voelt. (...) Onverschilligheid is dus niet alleen een zonde maar een straf."

Om over na te denken.