Wellevendheid

Wellevendheid is een woord dat velen niet meer kennen. Of zich er niet naar gedragen. Ik moet er aan denken door het ontbreken ervan bij de debatten tussen Donald Trump en Hillary Clinton. Beiden zijn kandidaat voor één van, zo niet, de zwaarste en verantwoordelijkste functies in de wereld. Distantie en wellevendheid behoren hierbij. Maar de platvloersheid en onbeschaamdheid spat er vanaf.

In onze wereld escaleren onderlinge verhoudingen, worden verschillen tussen arm en rijk groter en moeten we spaarzaam en minder vrijblijvend omgaan met onze aarde. Wat nodig is, is een Amerikaanse president als bruggenbouwer en visionair.

Die verharding, het ongenuanceerde en het op de man/vrouw spelen, is niet alleen in de VS het geval. Ook in Nederland gebeurt het meer en meer. Daardoor verwijderen groepen zich steeds meer van elkaar.

Het kan anders. De verkiezingsstrijd in 1972 was een confrontatie tussen links en rechts in ons land. Den Uyl contra Wiegel. In Groningen was er een debat tussen deze twee. De zaal zat barstensvol. Den Uyl bepleitte een grotere rol van de overheid in de komende kabinetsperiode. De door de PvdA voorgestelde financiering was twijfelachtig. Wiegel ging daar natuurlijk op in. Hij eindigde zijn kritiek ijzersterk met de constatering 'Sinterklaas bestaat en daar zit hij.'

In 1981 zaten beide kemphanen weer voor een verkiezingsdebat naast elkaar. In een tv-programma kreeg Wiegel een vraag uit de zaal over de gevolgen van het VVD-verkiezingsprogramma voor weduwnaars. Wiegel had een paar maanden daarvoor zijn vrouw bij een verkeersongeval verloren. Hij bleef als weduwnaar met 2 jonge kinderen achter. Hij brak en schoot vol.

Den Uyl vergat de politieke strijd en legde zijn hand op de arm van Wiegel en troostte hem. Dat is de wellevendheid, die ik bedoel. Politieke idealen uitdragen prima, een hard politiek debat ook goed, maar vergeet het menselijke niet. Een hand na afloop van een debat hoort er gewoon bij, mevrouw Clinton.